Veilig op reis met de auto

Je vakantie staat voor de deur? Neem dan zeker nog eens de volgende tips door om ervoor te zorgen dat je een zorgeloze autoreis tegemoet gaat.

  • Doe je wagen voor je vertrekt naar de garage voor een onderhoudsbeurt.
  • Controleer de bandenspanning.
  • Vertrek uitgerust op reis.
  • Draag op elk moment je gordels. Een persoon die niet is vastgeklikt, verandert bij een frontale botsing met een snelheid van 50 km/u in een dodelijk projectiel van zo'n 2,5 ton, en 3 ton bij 70 km/u. Reden genoeg dus om als bestuurder en passagier altijd de gordel te dragen!
  • Laat je kinderen in het juiste autostoeltje zitten zolang ze geen 1,35 meter groot zijn!
  • Plaats je kinderen achteraan als dat kan. Ze mogen ook vooraan zitten als ze het juiste autozitje hebben, maar dat is minder veilig.
  • Gebruik enkel de pechstrook in uiterste nood: bij pech, bij een ongeval of indien je plots onwel wordt. Verlaat in elk geval de pechstrook zo snel mogelijk. Zorg ervoor dat iedereen uitstapt en zet onmiddellijk de gevarendriehoek op zo’n 100 meter van de auto.
  • Hou voldoende afstand. Weet dat je bij een snelheid van bijvoorbeeld 80 km/uur een remafstand hebt van 32 meter onder optimale omstandigheden!
  • Rijd niet te snel. Onthoud dat een botsing bij 120 km per uur overeenkomt met een val van de negentiende verdieping en bij 90 km per uur met een val van de elfde verdieping!
  • Zorg ervoor dat je altijd je identiteitskaart, je rijbewijs, je inschrijvingsbewijs, je verzekeringsbewijs (groene kaart), eenvormigheidsattest en keuringsbewijs (wagens van vier jaar en ouder) bij hebt.